Logopedie met Susan

‘Dag mama, tot straks!’ Zo sluit deze 6-jarige jongedame het contact met haar moeder heel mooi en passend af. ‘Dag Susan’ zegt moeder. ‘Veel plezier!’ Susan loopt met mij mee naar de logopediekamer.

Om daar te komen moeten we eerst een deur open doen. ‘Pfoe, dat is zwaar!’ Ik laat haar de deur naar het trappenhuis openmaken, maar dat lukt niet heel erg. ‘Dat is zwaar!’, hoor ik haar zeggen. Ik beaam het. ‘Dan moeten we hard duwen.’ Susan probeert het nog eens, maar het lukt niet. ‘Zwaar’, zegt ze. Ik zeg ‘Ja, dat is heel zwaar. Hoe moeten we dat nu oplossen?’ ‘Wil jij helpen?’vraagt ze me. Ik zeg: ‘Ja natuurlijk, wat vraag je dat goed zeg’. Samen duwen we tegen de deur. Ik voeg taal toe: ‘Zo zeg, dat is zwaar. Wij moeten duwen, heel hard duwen’. ‘Ja, hard duwen!’ zegt Susan. Samen duwen we de deur open en stappen in het trappenhuis. ‘Pfoe, dat was zwaar!’ herhaal ik nog eens. ‘Ja, deur is zwaar’ zegt Susan.

Susan op de trapWe komen bij de trap. Susan kijkt omhoog en zegt: ‘Trap is niet gevaarlijk’. Ik zeg: ‘Nee deze trap is niet gevaarlijk’. We staan nu voor een dichte trap, maar Susan vertelt over de andere trap in de centrale hal. Dat is een open trap waar je door heen kunt kijken. ‘Anne trap wel gevaarlijk!’ zegt ze. Ik zeg: ‘Ja de andere  trap vind jij spannend hè, een beetje eng!’ Susan: ‘Ja, anne trap is spannend. Anne trap is eng!’ ‘Deze niet gevaarlijk’. Ik zeg: ‘Nee, deze trap is niet spannend. Deze trap is niet eng!’

We klimmen de trap op naar boven, waarbij we alle traptreden tellen. Midden in de trap is een plateau. We rusten even uit van onze klim en Susan laat me haar schoen zien. ‘Kijk… goen’, zegt ze.
Ik  bewonder haar mooie schoen en zeg: ‘mooie ssssschoen!’ Ik houd hierbij de /s/ klank langer aan dan gebruikelijk om haar eraan te herinneren dat zij die ook nog moet inpassen in het woord schoen. Eigenlijk herinnert zij zichzelf en mij eraan dat we dit woord in de logopedie aan het oefenen zijn. Ze kijkt naar mij en zegt: ‘s—goen’. Ik beloon haar en zeg: ‘Wat zeg jij dat keurig. Goed gedaan!’. Ze herhaalt nog eens ‘s—goen’. Ik beloon opnieuw: ‘Keurig hoor! Sssschoen!’. Ze kijkt naar mijn voeten en zegt: ‘jij niet goen, jij laas’. Ik: ‘Goed gezien! Geen sssschoen. Ik heb laarzen!’ ‘Ja, niet goen’ zegt ze. Ik: ‘Ik heb geen sssschoen’. Susan: ‘ssssschoen’.

Samen lopen we het volgende trapdeel al tellend op en komen we weer bij een deur. Ik laat haar begaan en kijk hoe ze dit gaat oplossen. In plaats van duwen moet je deze deur openen door er aan te trekken. Een mooie gelegenheid om deze tegenstelling aan bod te laten komen door te laten ervaren.

Susan duwt tegen de deur. ‘Deur is zwaar’ meldt ze. ‘Deze deur moet je niet duwen’ vertel ik en ik ondersteun mijn verhaal met gebaren. ‘Aan deze deur moet je trekken. Kijk zo!’ Ik doe het voor. Susan: ‘Ohh, trekken, niet duwen’. ‘Precies’ zeg ik ‘Trekken, niet duwen!’ Susan trekt de deur open en kijkt naar mij ze zegt: ‘Trekken!’. ‘Trekken!’ beaam ik.

We lopen door naar de logopediekamer en daar is opnieuw een deur. Susan kijkt me aan: ‘Trekken?’ vraagt ze. Ik schudt mijn hoofd en zeg: ‘Duwen!’ Susan: ‘Ohh duwen!’ Ze duwt de deur in volle vaart open, want deze deur gaat heel gemakkelijk open. Ze schrikt er en beetje van: ‘Ohh, niet zwaar’ zegt ze. Ik zeg: ‘Nee, niet zwaar, maar licht’. ‘Niet zwaar’ beaamt ze.

Ze pakt haar tas, legt de map op de tafel en gaat aan tafel zitten. Zo… de logopedieles kan beginnen!

BewarenBewaren